Psalmen 110
© Herziene Statenvertaling
© Lutherse Vertaling
© Leidse Vertaling
© NBG
New International Version
1 Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben tot een voetbank voor Uw voeten. 1 Een psalm van David. De Heer sprak tot mijnen Heer: Zet u aan mijne rechterhand, totdat Ik uwe vijanden leg tot ene voetbank uwer voeten. 1 Van David. Een psalm. Zo spreekt de Heer tot mijn heer: Zet u aan mijn rechterhand, totdat ik uw vijanden tot uw voetbank heb gemaakt. 1 Van David. Een psalm. Aldus luidt het woord des Heren tot mijn Here: Zet u aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gelegd heb als een voetbank voor uw voeten. 1 The Lord says to my lord: “Sit at my right hand until I make your enemies a footstool for your feet.”
2 De HEERE strekt Uw machtige scepter uit vanuit Sion en zegt: Heers te midden van Uw vijanden. 2 De Heer zal uit Sion zenden den schepter uws rijks: Heers in het midden uwer vijanden. 2 Uw machtigen schepter zal de Heer uitstrekken uit Sion. --Heers in het midden uwer vijanden! 2 De Here strekt van Sion uw machtige scepter uit: heers te midden van uw vijanden. 2 The Lord will extend your mighty scepter from Zion, saying, “Rule in the midst of your enemies!”
3 Uw volk is zeer gewillig op de dag van Uw kracht, getooid met heilig sieraad; uit de baarmoeder van de dageraad is voor U de dauw van Uw jeugd. 3 Na uwe overwinning zal uw volk gewillig offeren in heilig sieraad; uwe kinderen worden u geboren gelijk de dauw uit den dageraad. 3 Uw volk biedt zich gewillig aan ten dage van uw heirban; in heiligen feesttooi uit den schoot van den dageraad rijst de dauw uwer jongelingschap voor u op. 3 Uw volk is een en al gewilligheid ten dage van uw heerban; in heilige feestdos rijst uit de schoot van de dageraad de dauw uwer jonge mannen voor u op. 3 Your troops will be willing on your day of battle. Arrayed in holy splendor, your young men will come to you like dew from the morning’s womb.
4 De HEERE heeft gezworen en Hij zal er geen berouw van hebben: U bent Priester voor eeuwig, naar de ordening van Melchizedek. 4 De Heer heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt priester eeuwiglijk, naar de wijze van Melchizedek. 4 Gezworen heeft de Heer, en het zal hem niet berouwen: Gij zijt priester voor eeuwig op de wijze van Melchisedek. 4 De Here heeft gezworen en het berouwt Hem niet: Gij zijt priester voor eeuwig, naar de wijze van Melchisedek. 4 The Lord has sworn and will not change his mind: “You are a priest forever, in the order of Melchizedek.”
5 De Heere is aan Uw rechterhand, Hij verplettert koningen op de dag van Zijn toorn. 5 De Heer is aan uwe rechterhand, ten tijde zijns toorns zal Hij koningen verslaan. 5 De Heer aan uw rechterhand verplettert koningen ten dage zijns toorns; 5 De Here is aan uw rechterhand. Hij verplettert koningen ten dage van zijn toorn; 5 The Lord is at your right hand; he will crush kings on the day of his wrath.
6 Hij spreekt recht onder de heidenvolken, vult het slagveld met dode lichamen en verplettert hem die het hoofd is over een groot land. 6 Hij zal gerichten oefenen onder de volken; Hij zal ene grote slachting aanrichten; Hij zal verslaan het hoofd over grote landen. 6 hij houdt gericht onder de natien, tast lijken op, verplettert hoofden op een uitgestrekt veld; 6 Hij houdt gericht onder de heidenen, hoopt lijken op, verplettert hoofden op het wijde veld. 6 He will judge the nations, heaping up the dead and crushing the rulers of the whole earth.
7 Hij drinkt onderweg uit de beek, daarom heft Hij Zijn hoofd omhoog. 7 Hij zal drinken uit ene beek op den weg; daarom zal Hij het hoofd weder opheffen. 7 onderweg drinkt hij uit de beek. Dies heft hij het hoofd omhoog. 7 Hij drinkt onderweg uit de beek; daarom heft hij het hoofd op. 7 He will drink from a brook along the way, and so he will lift his head high.