Psalmen 85
© Herziene Statenvertaling
© NBG
New International Version
1 Een psalm, voor de koorleider, van de zonen van Korach. 1 Voor de koorleider. Van de Korachieten. Een psalm. 1 You, Lord , showed favor to your land; you restored the fortunes of Jacob.
2 U bent Uw land goedgezind geweest, HEERE, U bracht een omkeer in de gevangenschap van Jakob. 2 Gij zijt uw land goedgunstig geweest, o Here, in het lot van Jakob hebt Gij een keer gebracht; 2 You forgave the iniquity of your people and covered all their sins.
3 De ongerechtigheid van Uw volk hebt U weggenomen, U hebt al hun zonden bedekt. 3 Gij hebt de ongerechtigheid van uw volk vergeven, al hun zonden bedekt. [sela] 3 You set aside all your wrath and turned from your fierce anger.
4 U hebt al Uw verbolgenheid weggenomen, U hebt Zich van Uw brandende toorn afgewend. 4 Gij hebt weggedaan al uw verbolgenheid, U afgewend van uw brandende toorn. 4 Restore us again, God our Savior, and put away your displeasure toward us.
5 Breng ons terug, o God van ons heil, doe Uw toorn over ons teniet. 5 Herstel ons, o God van ons heil, doe teniet uw afkeer van ons! 5 Will you be angry with us forever? Will you prolong your anger through all generations?
6 Zult U voor eeuwig toornig op ons zijn, Uw toorn laten duren van generatie op generatie? 6 Zult Gij voor altoos tegen ons toornen, uw toorn uitstrekken van geslacht tot geslacht? 6 Will you not revive us again, that your people may rejoice in you?
7 Zou Ú ons niet weer levend maken, zodat Uw volk zich in U verblijdt? 7 Zult Gij ons niet doen herleven, opdat uw volk zich in U verheuge? 7 Show us your unfailing love, Lord , and grant us your salvation.
8 Toon ons Uw goedertierenheid, HEERE, geef ons Uw heil. 8 O Here, toon ons uw goedertierenheid, en schenk ons uw heil! 8 I will listen to what God the Lord says; he promises peace to his people, his faithful servants— but let them not turn to folly.
9 Ik zal horen, wat God, de HEERE, spreken zal, want Hij zal tot Zijn volk en tot Zijn gunstelingen van vrede spreken; maar laten zij niet tot dwaasheid terugkeren. 9 Ik wil horen wat God, de Here, spreekt; want Hij zal van vrede spreken tot zijn volk en tot zijn gunstgenoten; maar laten zij niet terugkeren tot dwaasheid. 9 Surely his salvation is near those who fear him, that his glory may dwell in our land.
10 Ja, Zijn heil is nabij hen die Hem vrezen, zodat er eer in ons land woont. 10 Waarlijk, zijn heil is nabij hen die Hem vrezen, zodat heerlijkheid in ons land woont. 10 Love and faithfulness meet together; righteousness and peace kiss each other.
11 Goedertierenheid en trouw ontmoeten elkaar, gerechtigheid en vrede kussen elkaar. 11 Goedertierenheid en trouw ontmoeten elkander, gerechtigheid en vrede kussen elkaar, 11 Faithfulness springs forth from the earth, and righteousness looks down from heaven.
12 Trouw komt op uit de aarde, gerechtigheid ziet uit de hemel neer. 12 Trouw spruit voort uit de aarde, en gerechtigheid ziet neder van de hemel. 12 The Lord will indeed give what is good, and our land will yield its harvest.
13 Ook geeft de HEERE het goede, en geeft ons land zijn opbrengst. 13 Ook zal de Here het goede geven, en ons land zal zijn gewas voortbrengen; 13 Righteousness goes before him and prepares the way for his steps.
14 Gerechtigheid gaat voor Zijn aangezicht uit, Hij zet haar langs de weg waar Zijn voetstappen staan. 14 Gerechtigheid zal voor Hem uitgaan en zijn schreden richten op de weg.